Wandelingen in de Oude Wereld

Wandelingen in de Oude Wereld

 

De wandelroutes in het Euraziatische deel van het arboretum starten aan de ingang aan de Eikestraat, bij het boswachtershuis.

Oranje wandeling door Europa

De oranje wandeling leidt door de bossen van Noord-, West- en Centraal-Europa. Ons inheemse bos hoort daarin thuis en vanzelfsprekend zullen we hier minder vreemde boomsoorten aantreffen.   Maar toch verschilt de natuurlijke samenstelling van het bos in de verschillende regio’s.  Voor het Zuiden van Europa, beneden de Pyreneeën, Alpen en Karpaten, met meer mediterrane soorten, is een apart wandelparcours uitgetekend.

Er is een vrij lange aanloop nodig om over de Kwekerijdreef, via ons eigenste zomereikenbos (links) en langsheen enkele van die mediterrane arboretumgroepen (rechts), de Noord-Europese taiga te bereiken.  Vanwege de grote verliezen in de laatste jaren door droogte, keveraantastingen en stormen is het nodig om het typische Noord-Scandinavische en Noord-Russische bosbeeld met zijn berken en sparren te herstellen.

Een natuurinrichtingsproject loopt daarnaast op de Voervijversite, het brongebied van de Voer, de beek waaraan Tervuren zijn naam dankt.  Een gedeelte van de vroeger zeer grote, maar in de loop der jaren dichtgeslibde vijver wordt hier weer opengewerkt.  Verder loopt het traject langs een typisch moerassig Elzenbroekbos.

Via de open vallei van de Paardendelle gaat het omhoog naar het centraal-Europese bos, hier geïnspireerd op flankbegroeiing van de Jesenikyberg, op de grens van Tsjechië en Polen,  met naast ons bekende loofboomsoorten ook zilversparren en de van daar afkomstige Sudetenlork.  Hogerop komt een beeld van de hoge Alpen met zijn typische dwergdennen.

We dalen weer af langs de arboretumgroep van Zuid-Zweden, overgangsgebied tussen het boreale en het laaglandbos, om richting Noordzeekust onze lus door Europa af te ronden.

Bruine wandeling door Azië

De bruine wandeling verkent het verre Aziatische continent.  Daarnaartoe lopen we eerst een eindje over de Drogevijverdreef langs de Amerikaanse Coloradogroep. Iets verder op de Kapucijnendreef lopen we dan het bos in op Hokkaido, het meest noordelijke eiland, en vervolgens op Honsjoe, het grootste eiland van de Japanse archipel.  De vegetatie verschuift van een bar koud naar een warm klimaat.  Opvallende, goed vertegenwoordigde boomsoorten zijn de Mandsjoerische notenbomen, de Sikkelcipressen, de diverse esdoornstruiken en -bomen, waarvan de Japanse esdoorn goed uit onze tuinen bekend is.  Wie goed heeft opgelet, heeft een buitenbeentje als de Stekelboom (Kalopanax) en de Welriekende Torreya gezien. 

Bij het kruispunt van de Kapucijnendreef met de Koninklijke Wandeling, tussen de Sassa bamboes, start de beklimming van de heilige Fujiberg met zijn diverse bomengordels.

Overstekend naar het Aziatische vasteland maken we eerst een grote sprong naar het Altaigebergte, min of meer op het drielandenpunt van Mongolië, Rusland en Kazakstan, waar Siberische naaldboomsoorten de plak zwaaien.  Vandaar gaat het terug oostwaarts naar Mantsjoerije in het noorden van China.  Vervolgens steken we de Paardendelle over naar het hartland van China.  Van de honderden boom- en struiksoorten die in de verschillende klimaatzones van het reusachtige land voorkomen, kan hier natuurlijk maar een beperkt gamma worden voorgesteld.  De Moerascipres, een Chinese neef van de Sequoia’s, de Japanse notenboom (Ginkgo) en de Chinese spiescipres (Cumminghamia) zijn hier wellicht de meest verrassende soorten.

Over de Kapucijnendreef, opnieuw langs de Japanse eilanden, gaat dan de route terug naar af.

Rode wandeling doorheen het Middellandse Zeegebied

De rode wandeling voert, enigszins kris-kras, door de gebieden rondom de Middellandse Zee, doorheen streken van Zuid-Europa, Noord-Afrika en Klein-Azië.  De echt vorstgevoelige vegetaties van maquis en garrigue kunnen hier vanzelfsprekend niet worden gepresenteerd, maar in de bergzones zijn veel interessante winterharde boomsoorten te vinden.  Eén daarvan, de Zwarte den, die in verschillende varianten voorkomt in Zuid-Frankrijk en Corsica, in Italie en Griekenland, is vandaag als exoot zelfs vrij sterk vertegenwoordigd in de zandige laagvlakten van West-Europa. Hij groeit er sneller en rechter dan de inheemse Grove den.  Daarnaast vinden we op het eerste deel van het traject ook zuiderse broertjes van ons vertrouwde loofboomsoorten, bv. Moseik en Hongaarse eik, Italiaanse Els en Italiaanse esdoorn, de sierlijke Pluimes en vele andere.

Verderop leidt de route naar de Balkan, waar de diverse hoogtezones van de bergen in Bosnië en Herzegovina model hebben gestaan voor de aanplantingen.  Soorten met een beperkt lokaal verspreidingsgebied zijn bijvoorbeeld de spitse Omorikaspar en de Balkanden, de enige bekende Europese vijfnaalder (met naalden in bundels van vijf). 

Over de Bosporus komen we dan – niet helemaal in geografisch-logische volgorde – eerst in de Kaukasus bij de Kaspische Zee (Noord-Iran) en dan in Anatolië, tussen de Middellandse en de Zwarte Zee (Turkije).  In de eerste groep trekken de Nordmannsparren, populair als kerstboom, en de kortnaaldige Kaukasische sparren de aandacht, in de tweede de Libanonceders en de Cilicische zilversparren.

Via de Kwekerijdreef, waarlangs we eerst Griekenland en dan Algerije passeren – let op de fameuze zware Atlasceders, echte kampioenbomen -, komen we weer bij ons uitgangspunt.